elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: onbesnut

onbesnut , onbesnut , bijvoeglijk naamwoord , lomp, ruw. ’nen onbesnutte vènt is een ongelikte beer.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
onbesnut , ónbesnut , onbeschoft, ongemanierd , Janus is ’n onbesnut vèèrke. Jan is een onbeschoft varken. Hij is een ongemanierde lomperik.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
onbesnut , onbesnut , bijvoeglijk naamwoord , lomp, onbeschaafd (Helmond en Peelland; Tilburg en Midden-Brabant; Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
onbesnut , onbesnut , bijvoeglijk naamwoord , WBD III. 3. 1:223 'onbesnut', 'ruw, rouw, lomp, boers' = ruw; WBD III. 3. 1:226 'onbesnut', 'strant, ontstrant, frank' = brutaal
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal