elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ongedoopt

ongedoopt , ongedöpte , m , onbehouwen persoon Zò ’nen ongedöpte ziede nie duk Zo’n onbehouwen persoon zie je niet vaak; ongedöpte pote twee linkerhanden.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
ongedoopt , ongedòpte , zelfstandig naamwoord , ruw, halfwijs. 1. ’nen ongedòpte is iemand met onbehouwen manieren. 2. ’t Is nog ’nen ongedòpte zegt men ook van iemand die nog niet ingewijd is in z’n vak, of die van toeten noch blazen weet.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
ongedoopt , ongedeupt , ongedoopt.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
ongedoopt , óngedópte , ongedoopte , T’is nog nen óngedóópte. Het is nog een nieuweling. Iemand die alles nog moet leren.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
ongedoopt , ongedópt , bijvoeglijk naamwoord , onnozel (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
ongedoopt , ongedopt , bijvoeglijk naamwoord , C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) – ONGEDOOPT bn - oningewijd, onervaren, ook: ongemanierd; A.P. de Bont, Dialekt van Kempenland (1958-2005) - znw. m. - ongedoopte, van een jonge knecht gezegd die nog niet veel presteert of van een bijna 'ongeleerd' paard. Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899) - ONGEDOOPT (Kemp. : ongeöpt, Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899) - ongedoept) bvw. - ongedoopt; Jan Naaijkens, Dè's Biks (1992) - 'ongedopte’ zn - ruw, halfwijs; iem. met onbehouwen manieren; Reelick e.a. - Bosch' woordenboek (1993 & 2002) - ongedopt - lomp, onbeleefd; oningewijd, onervaren
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal