elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ongepermitteerd

ongepermitteerd  , ôngepermetteerd , ongeoorloofd.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
ongepermitteerd , ongepermeteerd , [F.: permitter] onbehoorlijk (’t Is toch niet toegestaan.)
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
ongepermitteerd , óngepérmetiird , ongehoord , T’is óngepérmetiird lék ze meej die biste umgôn, de pliessie moes'ser nô kiike. Het is ongehoord zoals ze met die beesten omgaan, de politie moest er naar kijken.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
ongepermitteerd , óngepèrmenteerd , óngepèrrementeerd, óngepèrmeteerd, óngepèrremeteer , ontoelaatbaar, vreselijk, schandalig
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
ongepermitteerd , [niet toegestaan] , ôngeperremeteerd , Het is te erg, dat hoort niet, dat is niet toegestaan (Fr.: permission)
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
ongepermitteerd , ongeperrementeerd , bijvoeglijk naamwoord , schandalig (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
ongepermitteerd , óngepermeteerdj , ongepermitteerd, ongehoord , Det is toch óngepermeteerdj!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
ongepermitteerd , ongepèrremeteerd , bijwoord , ongepermitteerd; ongepast, onfatsoenlijk; uit Franse ‘permettre’, toestaan; Cees Robben – ’t Is ongeperremeteerd... (19580201)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal