elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: oogsten

oogsten , [het gewas binnenhalen] , oogsten , ooksten , Alzoo noemt men in deze streken het rapen of nalezen der korenaren, na het inzamelen der schoven.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
oogsten , oogsten , zwak werkwoord, overgankelijk , oogsten Het is tied um te oogsten, het is riepe zat (Nam), In Orvelt bint ze an het boekweit oogsten (Wes), (zelfst.) Het oogsten van de rogge gebeurt tegenwoordig met de combine (Oos) *Wie niet zeeit, zal ook niet oogsten (Die); Die wiend zèeit, zal störm oogsten (Geb)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
oogsten , oksten , oogsten.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
oogsten , ógste , oogsten
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
oogsten , oste , werkwoord , aren lezen (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
oogsten , ougste , ougstj, ougsdje, geougstj , oogsten
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
oogsten , oste , zwak werkwoord , oogsten; B oste - ostte - geost; Goem. OOGSTEN - uste wkw (rg. ); Antw. OO(G)STEN - de achtergebleven korenaren oprapen van den akker
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal