elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: opbod

opbod , opbod , zelfstandig naamwoord , tegenbericht. Biej opbod vekoopm, bij opbod verkopen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
opbod , opbod , het , 1. opbod De boudel weur bie opbod verkocht (Eco) 2. tegenbericht (Zuidoost-Drents veengebied) As ie gien opbod kriegt, gait het deur (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
opbod , opbod , zelfstandig naamwoord , oprisping (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal