elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: opkalfateren

opkalfateren , opkalefatern , opkalefaotern, opkallefatern, opkullefatern , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , Ook opkalefaotern (Kop van Drenthe), opkallefatern (Zuidwest-Drenthe), opkullefatern (Zuidwest-Drenthe, zuid) = opknappen, oplappen Het olde huus mot neudig opkalefaoterd worden (Row), Aj die fiets een beetie opkalefatern gaot, zöt e der haost weer oet as nei (Eex), Hie is hen het ziekenhoes. Het is te hopen dat ze hum daor weer wat opkalefatern kunt (Oos), Hij is mooi opkalefaterd beter geworden (Dwi), ook Ik heb mij even opkalefaterd, wij kriegt nog vesite (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
opkalfateren , opkallefaotere , werkwoord , herstellen, weer mooi maken (Den Bosch en Meierij; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal