elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: opperen

opperen , [als oppperman werken] , oeperen , upperen, opperen, ueperen , aanbrengen, kalk en steen aanbrengen ten dienste van den metselaar, het hooi op hoopen zetten.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
opperen , opperen , (intransitief werkwoord) , beteren, winnen. Hij oppert, hij haalt op. Het werk oppert maar zoo weinig, d.i.: het vordert maar een beetje.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
opperen , ö̀pperen , (zwak werkwoord) , het hooi aan oppers zetten.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
opperen , òpperen , (zwak werkwoord) , het hooi aan oppers zetten.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
opperen , oppêrn , het hooi in oppers zetten; ook Oostfriesch. Zie opper.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
opperen , üppelen , üpperen , Het werk van een opperman doen, opperen. Vroger wasse metselaar, nu isse anʼt üppelen.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
opperen , ophoperen , (zwak werkwoord, transitief) , Opperen, hooi aan hopers (oppers) zetten. Zie hoper. || Zie zo, ’et hooi leit op weerzingen, nou ken ’et op’ehoperd worre (worden). We gane zo metien an ’et ophoperen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
opperen , üppelen , üpperen , Het werk van een opperman doen, opperen. Vrogger wasse metselaar, nu isse an ʼt üppelen.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
opperen , öpperen , het hooi in oppers brengen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
opperen , upperen , zwak werkwoord , opperen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
opperen , upere , opperen.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
opperen , oppere , werkwoord , Op oppers of hopen zetten. | Is ’t hooi al opperd? Vgl. Fries operje.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
opperen , óppere , meervoud , langwerpige heuveltjes of stroken gras opwerken tot kleine hoopjes.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
opperen , óppere , zelfstandig naamwoord , werk van de (enige) helper van de metselaar in het algemeen.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
opperen , uupere , werkwoord , opperen. ’nen Uuperman uupert. Hij helpt de metselaars met allerlei karweitjes zoals het bereiden van de mortel, het aanreiken van de metselstenen enz. ’ne Goeie uuperman kon een steile ladder opklimmen met een stapeltje stenen los op zijn schouder. Maar door de al maar doorgaande mechanisatie is ook dit zwaar, ondergewaardeerde hulpambacht inmiddels zo goed als verdwenen. Kees Vriens was de laatste der Mohikanen.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
opperen , oppern , onbepaald werkwoord , (Zuidoost-Drents zandgebied) = handlanger zijn, helpen Hij möt oppern bij de dekker (Pdh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
opperen , öppern , zwak werkwoord, onovergankelijk , Var. als bij öpper = oppers maken De mannen öpperden en het vrouwvolk of de kiender mussen de öpperstaarten anhaarken (Die)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
opperen , uperen , opperen, een metselaar of rietdekker de materialen anbrengen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
opperen , uppern , het werk van een opperman doen. Zo lange aj uppert, bin iej vriej van ’t mâsseln.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
opperen , opperen , werkwoord , opperen, het werk van een opperman verrichten opperen: hooi tot oppers, hooioppertjes bijeenbrengen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
opperen , uuppere , opperen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
opperen , uupere , opperen, als opperman werkzaam zijn
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
opperen , oepere , uupere , werkwoord , bouwsteigers bevoorraden (Eindhoven en Kempenland); uupere; bouwsteigers bevoorraden (Den Bosch en Meierij; Helmond en Peelland; Land van Cuijk; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
opperen , uupere , zelfstandig naamwoord , uupere - uuperde - geuuperd , bouwmateriaal (via de steiger) naar de vakman brengen; Steeds korte uu; ; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - opperen, dekker en/of metselaar behulpzaam zijn bij hun werk door hun het benodigde aan te brengen. Jan Naaijkens - Dès Biks (1992) - uupere ww - opperen; Bosch uppere - opperen (metselaar helpen); WNT OPPEREN (II)- het werk van opperman verrichten
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal