elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: opslag

opslag , [verkoping van onroerend goed] , opslag , verkooping van onroerend goed.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
opslag , opslag , voor aanwas, aanslibbing. Te Uithuizermeeden verkooping van: “Eene behuizing en schuur met kwelder en aanwas, op- en afslag, gelegen op den Oostpolder,” enz. (1877).
ongezaaid graan, enz., dat uit den grond opschiet van korrels (enz.) van het vorig gewas, die zich als het ware zelven hebben gezaaid; ook Zeeland.
wintervoorraad; ’k heb mien opslag van eerappels nog nijt = ’k heb nog gijn eerappels opsloagen, nl. voor den winter. – Zie ook: ossegang.
[ook] opsloagsel = opgijtsel = het tweede treksel van koffie: wie hebben altied opslag bie de brug (bij de boterham); van dat opsloagsel hol ’k nijt veul. Zie ook: juggel.
(onzijdig), de plaats of open ruimte aan of op het eind van een vaarwater bij sommige dorpen, waar de schepen de goederen kunnen laden en lossen; eigenlijk zooveel als: opslagplaats, Oostfriesch upschlag = ligplaats voor schepen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
opslag , opslag* , ook = de uit een sloot opgegravene en op den wal gestapelde aarde; zie ossegang * (bldz. 552.)
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
opslag , opslag , opslag. Laond met opslag: land met daar achter gelegen veengrond
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
opslag , opslag , zelfstandig naamwoord, onzijdig , vanzelf gegroeid boom- en struikgewas
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
opslag , opslag , m , miskraam.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
opslag , ópslaag , miskroam.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
opslag , opslag , de , opslagen , 1. opslag, planten, die opkomen uit niet gezaaide zaden of vruchten, vaak gezegd van opslag van cultuurgewassen Van die kriel, door krieg ie ander joor de opslag van in het laand (Bco), z. ook opschot 2. boeldag (Zuidwest-Drenthe) Doe wij indertied verhuusd bint, hebbe wij opslag ehulden (Dwij) 3. aangelegde voorraad Ze hebt nog wat eerappels veur opslag (Bov) 4. loonsverhoging Oeze dochter had van heur baos opslag kregen (Coe) 5. opbod Het wuur bij opslag verkoft (Sle) 6. percenten Opslag bij de verkoping (Sle) 7. slechte koffie (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) Opslag is koffie, waor veur de tweide keer water op eschunken is (Hgv), Die koffie smuuk niks, het leek wel opslag (Bor) 8. opstrekkende plaats (Kop van Drenthe) Het laand lig in ein opslag aachter de boerderaai (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
opslag , ópslag , meteen , Ik zal dé ópslag doen, dan kun'der óp wochte, anders moet'te nog's trugkomme. Ik zal dat meteen doen dan kan je er op wachten, anders moet je nog eens terugkomen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
opslag , opslag , zelfstandig naamwoord , de 1. opslag 2. plankje met houten steel er schuin op, om mee tegen het riet te kloppen bij het rietdekken 3. gewas dat opschiet zonder geplant of gezaaid te zijn door de mens
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
opslag , opslag , opschot, opschieter , gewas dat niet geplant is, maar vanzelf opkomt.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
opslag , opslag , zelfstandig naamwoord , miskraam (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
opslag , opslaag , (mannelijk) , opslag
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal