elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pulver

pulver , polver , (mannelijk, onzijdig) , buskruit.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
pulver  , polver , buskruit. Genne scheut polver waerd, deugt tot niets.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
pulver , poalver , buskroêt; poalvergewerke; genne scheut poalver waerd: niks waerd.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
pulver , polvers , zelfstandig naamwoord, meervoud , klappertjes (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
pulver , [buskruit] , polfer , pölver , (mannelijk) , buskruit , Alle polfer versjoeate höbbe: al zijn kruit verschoten hebben. Geine sjuuet polfer waerd zeen: nergens voor deugen.: nergens voor deugen.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
pulver , päölferkes , pölferkes, pörfelkes , klappertjes voor een kinderpistool
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
pulver , pólver , buskruit
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal