elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: querelle

querelle , kurrel , carrel , zelfstandig naamwoord , kurrelle , kurrellechie , [Fra, querelle] ruzie, onenigheid Die man heb kurrèl met z’n buure over een baggetel Die man heeft ruzie met zijn buren over een kleinigheid; ruzie, ongenoegen Hij kwam in carrel Hij kreeg ruzie
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
querelle , krèlle , zelfstandig naamwoord, meervoud , kuren (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
querelle , kerwel , zelfstandig naamwoord , ruzie (Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal