elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rouwenis

rouwenis , rouwenis , ruwenis , vuilnis.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
rouwenis , rouwenis , zelfstandig naamwoord , stuk grond met onkruid en lang gras (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
rouwenis , raawenes , zelfstandig naamwoord , "Henk van Rijen - wildernis; WNT ROUWENIS (II) - van 'rouw (II)' naast ruw - in Z-Ned.: l) ""Ruigte der bosschen ... en allerlei wilde gewassen""; 2) allerlei afval van hout, stroo, onkruid enz. = 'rouwage' - ruigte"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal