elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rebbel

rebbel , rebbel , de , rebbels , babbelzieke vrouw Dat is zo’n rebbel van een vrouw, daor kriej nooit een woord tussen (Hoh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
rebbel , rebbel , rammel , (Kampen) vlugge prater. Ook: rammel (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
rebbel , rèbbel , zelfstandig naamwoord , mond (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
rebbel , [mond] , rebbel , (mannelijk) , rebbels , rebbelke , mond, kwebbel , Haod diene rebbel ins.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal