elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rebbelen

rebbelen , rebln , werkwoord, zwak , druk praten zonder reden
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
rebbelen , rèbbele , rebbelen, druk en snel praten.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
rebbelen , rebbeln , zwak werkwoord, onovergankelijk , veel en vlug praten Zie rebbelt aan ein stuk deur. Wat dei joe neit in ein uur vertellen ken! (Erf), Het rebbelt heur van de bek of (Zdw), z. ook rabbeln
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
rebbelen , rebbelen , kwebbelen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
rebbelen , rèbbele , onophoudelijk praten
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
rebbelen , rebbele , werkwoord , druk praten (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal