elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rekstro

rekstro , rekstrooi , zelfstandig naamwoord , stro om onder een overledene te leggen (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
rekstro , rèkstrôoj , zelfstandig naamwoord , "sterfbed; Van Delft - ""Hij ligt op rekstrooi"" wil zeggen, dat iemand in financieele moeilijkheden verkeert en nog tracht zijn zaak zoolang mogelijk gaande te houden. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929); Wie bij zijn suikertante het zó ver gebracht heeft, mag het beste hopen tegen de tijd, dat zij - helaas nogal ""oneerbiediglijk"" gezegd van een brave tante! - ""op het rekstrooi ligt"", d.i. ""op sterven ligt"". We nemen aan, dat bij deze laatste uitdrukking gedacht moet worden aan het stro, waarop men vroeger in de alkoven sliep en op het languitgerekt liggen, zoals dit bij een stervende meestal het geval is. Meer figuurlijk kan de uitdrukking gebruikt worden voor iemand, die in financiële moeilijkheden verkeert en tracht zijn zaak nog zo lang mogelijk gaande te houden. Die zaak is dus ook stervende en tegen de dood inworstelend, en men rekt het sterven. (Van Beek - TTP 27-2-1965); Èn agge op et rèkstrôoj ligt,/ dèt dan beheurlek mis is? (Henriëtte Vunderink; Wieste..?; k Zal van oe blèève haawe, 2007); A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - znw.o. 'rekstro', reeuwstro: 'op z'n rekstrooi ligge' - op het strefbed liggen. WNT REKSTROO - zie De A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ; hierboven."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal