elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: retireren

retireren , rettereeren , (werkwoord) , ’t Fr. retirer, = hard loopen, ook terug trekken. Hoor ’t paard rettereerde! De soldaten konden gerettereerd komen.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
retireren , ruderijêrn , ruterijêrn , teruggaan, zich terugtrekken, ook in fig. beteekenis. ’t Fransche retirer.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
retireren , ritterére , ruiterére , werkwoord , Retiréren, terugtrekken, ophoepelen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
retireren , rutereren , ruterèren , zwak werkwoord, onovergankelijk , Ook ruterèren (Zuidwest-Drenthe, zuid) = 1. aanstalten maken om naar bed te gaan (Zuidwest-Drenthe, noord) Wij begunt te ruterèren, wij gaot hen bedde (Dwi) 2. op kalven staan (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drents zandgebied) De koe begunt te rutereren (Wijs)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
retireren , rétteriirde , heen en weer lopen , De mister rètteriirde dur de klas mér kortsernao wier'rie wir kallem. De meester liep kwaad heen en weer door de klas maar later werd hij weer rustig.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
retireren , rutereren , werkwoord , zich terugtrekken, ook sterker: maken dat men wegkomt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
retireren , rettereere , rittereere, roitereere , werkwoord , druk heen en weer rennen (West-Brabant); rittereere; beredderen, in orde brengen (Tilburg en Midden-Brabant); roitereere; in actie komen, plaatsmaken (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
retireren , rèttereere , rittereere , ritterêere , zwak werkwoord , rèttereere - rèttereerde - gerèttereerd , bedrijvig zijn zonder veel te presteren; Cees Robben – Wè rettereerde gij toch ammol hers en geens .. (19720630); Cees Robben – Wè rettereerde gij toch hil den dag rond, moeder.. (19790223); Frans Verbunt - 'rittereere' - hinderlijk bedrijvig zijn, beredderen; WBD III.1.2:140 'rettereren' = druk heen en weer lopen; ook: 'rondretireren, rondridderen'; Jan Naaijkens - Dès Biks (1992) - rittereere ww - druk beredderen; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - zw.ww.intr. 'rettereren' (< retireren), bedrijvig heen en weer lopen (zodanig dat het anderen verveelt). C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal - 1978 - Verbastering van 'reïtereren', telkens herhalen?; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - in verband gebracht met 'retireren'. onov.ww RETTEREREN - druk doende zijn en grote bedrijvigheid uitstralen zonder nochtans opvallend produktief te worden; vooral gezegd in verbinding met 'rond': ze rèttereerde mèr rond - ze gaf blijk van nerveuze dadendrang. Hees retterere (IV:62); WNT REÏTEREEREN 1) (Handelingen enz.) opnieuw doen, verrichten of toepassen, herhalen; 2)(bestaande verordeningen, overeenkomsten enz.) vernieuwen, opnieuw vastleggen; ritterêere - De Wijs – Wè rittereerde gij toch ammaol hers en geens (onrustig heen en weer lopen) (20-03-1968); Ik heur de musse in de geut/ hèrs èn geens rittereere/ mènnekes aachter de pupkes aon/ om rap iets te prebeere. (Lechim; ps. v. Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: De goeie kaant èùt)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal