elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: riels

riels , riels , 1) slank. wa’n riels vrommis, wat een slanke jongedame; 2)
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
riels , riels , rils , bijvoeglijk naamwoord , tenger (Den Bosch en Meierij); rils; lang en mager (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal