elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rigeur

rigeur , regeur , zelfstandig naamwoord , gezag. Zegswijze: Teejge-n-’t regeur in: tegen de draad in, dwarsliggen. In strijd met de voorschriften. Tegen het wettig gezag in.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
rigeur , regeur , zelfstandig naamwoord , gezag, regime (Eindhoven en Kempenland; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
rigeur , regeur , zelfstandig naamwoord , strengheid, hardheid; regime, norm; uitdr. - Teegen et regeur in - tegen de draad (in), in de contramine, dwars; Cees Robben – De kender (...) zen tegen ’t regeur (19650507); DANB hij is aaltij teegenet regeur; CiT (96) ''t Is ammel dwars tege 't regeur in'; WNT verwijst naar het onvindbare RIGUEUR; Mnl.wdb - RIGUER - strengheid, meedoogenloosheid, hardheid, van ofra/fra. 'rigueur' lat. rigorem. Kiliaen - rigeur, rigor, severitas. C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal - 1978 - REGEUR v - regel, regime, strenge maatregelen (Fr. rigueur): tegen 't regeur in - weerbarstig, eigenwijs. A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - znw.o., 'regeur' - (wettelijk) gezag: teigen et regeur in. Jan Naaijkens - Dès Biks (1992) - regeur zelfstandig naamwoord - gezag
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal