elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rikken

rikken , rékke , rikken (kaartspel); (= rikken) per paar dient men 8 slagen te halen. alleen: zeven slagen, piek (pieko) = één slag, open piek = ook één slag, maar dan met de kaarten ‘bloot’. Misère = geen slag, open misère = ook geen kaart
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
rikken , rèkke , werkwoord , rikken (kaartspel). Per paar: minstens acht slagen halen. Alleen: zeven slagen; negen slagen; pieko (één slag); open pieko (idem maar met de kaarten bloot); misère (geen slag); open misère (idem maar met open kaarten). Drie azen in één hand is troela of maleur (malheur). De vierde koning is dan de partner. Alle 13 slagen halen is abbendans (van abondant - overvloedig).
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
rikken , rikke , werkwoord , kaartspel dat lijkt op whist (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal