elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schaarbos

schaarbos , schaarbosch , een bosch, enkel van kort of kreupelhout, van scharen, scheren.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
schaarbos , schaarbos , zelfstandig naamwoord , bos van kreupelhout (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
schaarbos , scharbos , zelfstandig naamwoord , WBD III.4.3:94 scharbos - bos van kreupelhout, ook genoemd: scharhout, sprokkelhout
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal