elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schaften

schaften , schoven , (werkwoord) , schoften, rusten, uitrusten. Arbeiders zeggen bijv. zoo wel voor een bepaalden als onbepaalden tijd schoven, , rusten na het eten, tusschen het werk. Een schoofuur is het rustuur.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
schaften , schoften , (intransitief werkwoord) , schofttijd houden, het werk tijdelijk staken. Ze gaan schoften. Van schaffen, eten, maaltijd houden. Vijf schoft en nog geen vroegertje.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
schaften , schoffen , (Langewold) = eten. Zal zijn = schaften. Oostfriesch, Nederduitsch schaffen, ook scheppen, bv. he schept d’r dügtig wat in (= hij eet veel). Volgens ten Doornk. één met scheppen (schepte, geschept), Oud-Saksisch skepjan, Oud-Hoogduitsch scaphjan, scaphen, Middel-Hoogduitsch schephen, schepfen, schöpfen, Hoogduitsch schöpfen, van het Oud-Saksisch skap, Oud-Hoogduitsch scaph, Latijn scaphe = voorwerp dat vloeistoffen kan bevatten, waarvan o.a. ook het Hoogduitsche Schoppen. Vgl. ook: schap. Niet hetzelfde woord als: scheppen = voortbrengen, enz. Zie ten Doornk. art. scheppen 2.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
schaften , schoften , Het poozen der handwerklieden van hun werk. Schofttijd, de tijd geduurende welke geschoft word. Een schoft, een vierde gedeelte van een dag werkens. Vergelijk Kiliaan.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
schaften , schofte , schaften, pauzeren.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
schaften , skafte , werkwoord , Variant van schaffen. | We zelle wel reid skafte. Ik hew mit jou niks te skaften.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schaften , skofte , werkwoord , Schaften. Vgl. Fries skoftsje. Zie het N.E.W. onder schoften.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schaften , sjófte , rusten, rust houden na arbeid of vermoeienis.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
schaften , schofte , werkwoord , schaften, het middagmaal gebruiken (KRS: Lang, Werk, Scha; LPW: IJss, Bens, Lop, Pols) Ook in de Vechtstreek (Van Veen 1989, p. 115) en in Gouda (Lafeber 1967, p. 158). Bekend is de anekdote van het bordje op de winkeldeur: ‘Wij zijn schoften’ (Lang).
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
schaften , schoffen , schoffen, eschoft , schaften.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
schaften , schoften , schaften , zwak werkwoord, onovergankelijk , Ook schaften (Midden-Drenthe) = schaften Toen het warkvolk gonk èten, harren ze een pepiertien an de keet ehungen, waorop stund: Wij bint schoften (Hgv), Ik ben nao dizze an de leste loege toe en dan gao wij eerst schoften (Odo), Wij zit achter een törfbulte te schoften (Wei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schaften , schòvven , voor een tijdje de arbeid onderbreken, schaften; een keer overslaan.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
schaften , skòften , pauze houden
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
schaften , schoften , werkwoord , schaften: schafttijd hebben, d.i. ook: even uitrusten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
schaften , schôfte , middagdutje
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
schaften , skoften , (werkwoord) , skoften, eskoft , schaften.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
schaften , schófte , schaften , Wèij zén schófte. Wij zijn schaften. (En géén schoften!)
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
schaften , schofte , schaften
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
schaften , schoove , skofte , werkwoord , uitrusten, schaften (West-Brabant); skofte; schaften (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
schaften , sjafte , sjaftj, sjafdje, gesjaftj , schaften, rusten
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
schaften , [hard werken] , sjófte , sjóftj, sjófdje, gesjóftj , hard werken , Hae haet get aafgesjóftj in zie laeve!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
schaften , schòfte , zwak werkwoord , schaften; Henk van Rijen - daor wik niks meej te schòfte hèbbe -... mee te schaften hebben; WBD III.1.2:2 'schaften' = rusten; ook: 'schoven', 'd'r vijf vatten'; WBD III.1.4:370 'schoften' = even ophouden met werken; WNT SCHOFTEN - 1) tusschen het werk rusten, bepaaldelijk ten behoeve van een maaltijd, schaften
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal