elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schapraai

schapraai , schaprade , hier schapraai en schapraaike = etenskas, doch is niet van algemeen gebruik.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
schapraai , schapraoi , skopsraai , zelfstandig naamwoord , kelderkast (West-Brabant); skopsraai; keukenplank (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
schapraai , schapraai , zelfstandig naamwoord , "Pierre van Beek - houten rek voor potten; Van Dale - schapraai - (gew.) kast met borden, bep. etenskast, provisiekast; N. Daamen - handschrift 1916 - ""schapraai - zie schap""; Cees Robben – Van ’t schapraaike naor d’n herd... (19590307); WNT SCHAPRAAI - 1) plankenkast, kast; 2) bepaaldelijk: provisiekast, etenskast, broodkast; Noord en Zuid, jrg. 4, 1881, p. 21 – schapraai = kast, broodkast. Noord en Zuid, jrg. 16, 1893, p. 221 – Zij zit al (of: Zij blijft nog) in St. Anna’s schapraai: van eene bejaarde maagd , die weinig kans meer heeft om nog te trouwen en kinderen te krijgen. Zij is gegrond op het verhaal aangaande Sinte Anna, de huisvrouw van Joachim en de moeder van Maria, die eerst op gevorderden leeftijd hare dochter ter wereld bracht. De spreekwijze is vooral in Brabant en België in zwang, waar schapraai voor “etenskast"", hier in den meer algemeenen zin van “huishouden"" genomen, eene gewone uitdrukking is. Noord en Zuid, jrg. 22, 1899, p. 241 – h o e k s c h a p r a a i . Schapraai wordt in Vlaanderen algemeen gebruikt voor etenskast; in Brabant ook voor andere kasten , kisten of koffers, waarin men iets bewaart: melk-, brood-, vleesch-, hoekschapraai, hoekkastje. Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - SCHAPRAAI zelfstandig naamwoord  v. - eetkas (fr. gardemanger); J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - SCHAPRADE of schapraai = niet alleen bij de boeren maar zelfs bij niet onaanzienlijke dorpelingen in de Baronie nog veel in gebruik voor 'atenskas', zoo wel als het verkleinwoord ' schapraaiken'. SCHAP = armarium, Eng. shop, ons schop, enz. RADE beteekent 'gereedschap'. Z.a. Goem. SCHAPRAAI - zelfstandig naamwoord vr. Fr. armoire, en meer bep. garde-manger"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal