elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: spaarsen

spaarsen , spoersen , (werkwoord) , sprenkelen. , Het water spoersde overal henen. Gij hebt hem bespoersd. Zie spiersen.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
spaarsen , spaorze , werkwoord , terrein effenen met de voet (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal