elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: spinzen

spinzen , spinzen , kijken, speuren
Bron: Spek, J. van der (1981), Zoetermeers woordenboek, Zoetermeer.
spinzen , spienze , stiekem lore.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
spinzen , spiñze , werkwoord , spiñs, spiñsde, gespiñsd , loeren Hij zatter d’n hêêlen aevend op te spiñze
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
spinzen , spiense , werkwoord , gluren (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
spinzen , [bespioneren] , spienze , spienstj, spiensdje, gespiensdj , rondgluren, bespioneren
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
spinzen , spienze , spiensde – gespiens , gluren
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal