elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tafelen

tafelen , tafelen , (onzijdig) , ketelmuziek maken.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
tafelen , täöfelen , zwak werkwoord , oudejaarsavond vieren
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
tafelen , tòffele , gebruik om een serenade met geïmproviseerde instrumenten te geven aan personen die openbare ergernis geven.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
tafelen , tòffele , werkwoord , tafelen. Als een voorgenomen huwelijk op het allerlaatste moment om een belangrijke reden niet doorging werd er getoffeld. Onder oorverdovende ketelmuziek werden karren, kruiwagens en allerlei landbouwgerief naar het huis van de voormalige bruid en/of bruidegom gesleept. Er werd met stokken op deuren en vensters geslagen. Soms werd de gevel met stront en gier ingesmeerd waarna er met behilp van een wanmolen kaf ingeblazen werd. Dit volksgericht ging meestal alle perken te buiten, weshalve de maréchaussée hardhandig placht in te grijpen als ze er lucht van kreeg. Na de tweede wereldoorlog is er in de gemeente Hilvarenbeek niet meer getoffeld.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
tafelen , taofeln , zwak werkwoord, onovergankelijk , (N) = bij het baggeren de veenlaag in twee keer vergraven
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tafelen , [bevuilen en vernielen van een huis (van een meisje dat de ondertrouw verbreekt)] , taofelen , Een gewoonte die vroeger hier en daar nogal in zwang was: als een meisje dat al in ondertrouw was, er nog ‘uitscheidt’, verzamelt zich een groep jongelui bij haar thuis en wordt er getaofeld: men slaat dingen kapot, besmeert het huis met vuil enz.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
tafelen , toffele , (stiekem) de boel op stelten zetten, tafelen. De buren die niet genodigd zijn op de bruiloft, zetten vaak de boel op stelten. Volksgebruik.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
tafelen , taffele , toffele , werkwoord , tafelen (volkgericht) (Eindhoven en Kempenland); toffele; tafelen (volksgericht) (Den Bosch en Meierij; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
tafelen , tòffele , zwak werkwoord , GG ongewenst gedrag in het openbaar afstraffen, een volksgericht houden; WBD (III.3.2:310) tòffele, c.q. uitkeetele, ötrommele = zie hierboven
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal