elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: talmen

talmen , talmen , (zwak werkwoord, intransitief) , Zie de wdbb. – Ook: zeuren, zaniken, lamenteren. || Leg niet zo an me hoofd te talmen. Die jongen talmt net zo lang totdat-i zen zin krijgt. Ze zit maar aldeur te talmen over de dood van der man. – Evenzo verderop in N.-Holl. en in Oost-Friesl. (KOOLMAN 3, 390). Bij vroegere Holl. schrijvers is het woord in deze zin zeer gewoon. || Mijn vrouw … talmt mij nooit aan ’t hoofd, WOLFF en DEKEN, Corn. Wildschut 1, 330. Zie verdere plaatsen bij OUDEMANS 7, 7, en vgl. Theuton². – Vgl. aftalmen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
talmen , talmen , taalmen , zwak werkwoord, onovergankelijk , Ook taalmen (Veenkoloniën) = talmen, aarzelen Ie moet niet zo lange talmen (Pes), Nou niet langer talmen of der omhen drèeien, mar doen (Schn)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
talmen , tajjeken , talmen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
talmen , talmen , talmen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
talmen , talleme , talmen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
talmen , dwalme , werkwoord , treuzelen (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal