elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tasneusdoek

tasneusdoek , tesneuzik , zakdoek. Het woord geraakt in onbruik.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
tasneusdoek , tèsnuzzik , m , zakdoek.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
tasneusdoek , tèsnuzzik , zakdoek.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
tasneusdoek , tesneùzik , zakdoek.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
tasneusdoek , tèsnuuzik , tèsnuzzik , zakdoek
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
tasneusdoek , tèsnuzzik , tèsneujzik , zakdoek
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
tasneusdoek , tèsnuzzek , zelfstandig naamwoord , zakdoek (Den Bosch en Meierij; Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
tasneusdoek , tesnuizik , (ald Veldes) zakdoek
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal