elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: teunissen

teunissen , teuniszen , (werkwoord) , hard slaan. , Gij teunist dien bengel goed. Hij teunisde er op. Dewijl het met Sint-Teunis (17 Jan.) gewoonlijk al gevroren heeft, bestaat er een gezegde: Heeft het met St. Teunis niet geteunisd, dan zal ’t nog teuniszen, dat is hard vriezen. Teuniszen en afteuniszen beteekent alzoo ook afrossen.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
teunissen , tunneze , krachtig slaan D’r op tunneze Er op krachtig slaan
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
Teunissen , Tunnis, D’n , Teunissen. Familienaam.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
teunissen , teunisse , werkwoord , slaan (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal