elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tikkertje

tikkertje , tikkertien , het , 1. spel, tikkertje Eerder bij schoel deden wij wal tikkertien in het rond, mor dan waj hiel gauw doezelig (Bui), Bij tikkerie probeert de tikker de aander te tikken (Een), Tikkertie deur de midden is: der mus iene in de midden staon en de aandern die mussen dan van de iene kaante naor de aandere kaante lopen (Schn) 2. tikkend voorwerp De kwajonges harren een tikkertien vast emaakt an het raamkezien (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tikkertje , tikkertie , tikkertje, (spelletje).
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
tikkertje , tikkertien , zelfstandig naamwoord , et 1. tikkertje; ook: op schaatsen 2. op het raam tikken om te plagen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
tikkertje , tikkertie , zelfstandig naamwoord , krijgertje (kinderspel) Ook tikkie
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
tikkertje , takkerke , zelfstandig naamwoord , krijgertje (kinderspel) (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal