elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tissen

tissen , tissen , (transitief werkwoord) , warren. Vertissen, in den tis helpen. Zijn haar was erg vertist, hij nam de tiskam, en heeft het uitgetist. Het garen is een tisroof geworden, er is heel wat aan te onttissen. De man is met zijn zaken in de war; het is een tisboel.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
tissen , tissen , tisten , (zwak werkwoord, intransitief) , Warren. || Me haar tist zo (zit voortdurend in de war). Ik ken dat bos touw niet uit de war halen: ’t zit helemaal in mekaar ’etist. – Evenzo elders in N.-Holl. (BOUMAN 106). In Friesl. tiisen, tiisjen (WASSENBERGH 106; EPKEMA 436). Bij oudere Holl. schrijvers is het woord zeer gewoon (DE JAGER, Freq. 2, 69; OUDEMANS 7, 66). – Zie tis, tisboel, tiskam, tisroof en vgl. uittissen, vertissen.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
tissen , tisse , tiste , werkwoord , Warren, in de war raken. Zie het N.E.W. onder tezen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
tissen , tisse , ut aete eigeluk ni luste en doadoor hiël lângzám aete.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
tissen , tisse , werkwoord , ongeduldig zijn. Hij stòn te tisse òm te kunne begiene. Hij barstte bijna van ongeduld.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
tissen , tissen , gonzen. ze is net unnen hommel, as ge d’r aon komt tist ze, die is erg gauw geraakt.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
tissen , tisse , boos wachten, zich ongerust maken , Héij zat me dôr toch te tisse, héij woow nô hûis mér 'r góng gin mèns meej. Hij zat me daar toch boos te wachten, hij wilde naar huis maar er ging niemand mee.
Zéd'der ónderhand, ik zat al 'n uur te tisse, ge zód toch óp tiid komme. Ben je daar eindelijk, ik zat al een uur in de zenuwen, je zou toch op tijd komen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
tissen , [overkoken] , tisse , overkoken van eten (of van woede )
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
tissen , tisse , werkwoord , sissen, braden (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland); tisse; zich verbijten, ongeduldig wachten (Helmond en Peelland; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
tissen , tisse , zwak werkwoord , tisse - tiste - getist , ongeduldig wachten; met spanning zitten wachten; Pierre van Beek - Hij stond te tissen óm wèg te koome. Hij zaat te tissen óp en tas teej. Het blijkt geen Tilburgs en niet eens gewestelijke taal, maar ABN te zijn. Van Dale vermeldt het ... (Tilburgse Taaklplastiek 145); Cees Robben – Tisse van kaoiïghed... (19671201); Èn agge lang moet wòchte, / dègge dan staot te tisse? (Henriëtte Vunderink; Wieste..?; k Zal van oe blèève haawe, 2007); WBD III.4.4.247 'tissen' = sissen; Bosch tisse - gespannen zijn, zijn ongeduld niet kunnen verbergen; Jan Naaijkens - Dès Biks – (1992) - tisse ww - ongeduldig zijn; A.P. de Bont – Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ; zw.ww.intr. 'tissen' - 1) een sissend geluid veroorzaken; 2) op het kookpunt staan (van woede of ongeduld); WNT TISSEN - ineendraaien of -strengelen, verwarren enz. 2) onz. ww. - in de war geraken of zitten; 3) - harrewarren, ook in verwarde of moeilijke zaken wurmen, wroeten. C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal - 1978 - TISSEN onov.ww - alleen in 'staan te tissen'- zijn ongeduld niet kunnen verbergen: wè stodde toch wir te tisse. v.Dale: in de war zitten. WNT ook: ov.ww, ophitsen, prikkelen. Haor Tisse - haastig opdrijven
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal