elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: trapperen

trapperen , trappijêrn , ontmoeten, aantreffen, vinden; ’k heb wel ’n uur noa hōm zöcht moar kōn hōm narns trappijêrn = – ik kon hem nergens vinden. Ook = op heeter daad betrappen, Zuid-Hollandsch trappeere = attrappeeren, ’t Fransche attrapper. – Overijselsch trappieren = meester worden, vinden.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
trapperen , trappéren , Betrappen. Fr. attraper.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
trapperen , [betrappen] , trappeeren , trappieeren , Betrappen. Fr. attraper.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
trapperen , trappeeren , betrappen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
trapperen , trapeern , werkwoord, zwak , betrappen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
trapperen , trappaaiern , trapperen, betrappen
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
trapperen , trapperen , betrappen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
trapperen , trapperen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe) = betrappen, atrapperen Ze trappeerden hom, doe e bai de appels zat (Row), As ik je daor bij trappeer, bin ij nog niet jaorig (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
trapperen , trapperen , betrappen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
trapperen , trappeern , betrappen. Ik trappeern ’m net toe hie d’r mee beginn wol.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
trapperen , trappiire , betrappen , Die kôjjóng die dé èlleke kiir verinnewiire, die moesse ze ne kiir trappiire. Die bengels die dat telkens vernielen, die moesten ze op 'n keer eens betrappen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
trapperen , trapperen , werkwoord , trapperen, betrappen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
trapperen , trappeere , werkwoord , trappeer, trappeerde, getrappeerd , [O] betrappen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
trapperen , trapperen , (werkwoord) , trapperen, etrappeerd , betrappen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
trapperen , trapeere, trapiere , werkwoord , betrappen (Eindhoven en Kempenland; Land van Cuijk; Tilburg en Midden-Brabant; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
trapperen , trappere , trappeertj, trappeerdje, getrappeerdj , betrappen , Emes trappere op ein luuege.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
trapperen , trappeere , zwak werkwoord , betrappen; WBD III.3.1:351 'trapperen' = betrappen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal