elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tuierhamer

tuierhamer , tuurhoamer , zware houten hamer, slei, met welken men den paal in den grond slaat, waar het beest aan getuierd wordt. Visschers Minnepoppen. 7de Schok. 27ste kwik. Sy, die my op den tuy heeft gehouen, / Heeft my getoond haer barmhertigheyt. Zij die mij aan het lijntje heeft gehouden door mijne hoop te voeden en niets te schenken. L. F. op ʼe tocht en op tok, id. van togen, trekken, als het andere van tuden, tiden. A. S. tion, trekken, binden. De d is er overal in, pl. d. tider, tier; Kil. tudder. Eng. tedder, tether. Isl. tiddr, tuier; maar L. F. tsjoar. Holl. sjorren, vastbinden.
Bron: Halbertsma, J.H. (1835), ‘Woordenboekje van het Overijselsch’, in: Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren 1836, Deventer: J. de Lange.
tuierhamer , tü̂̂rhamer , (mannelijk) , hamer, om den tuurpaal in den grond te slaan.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
tuierhamer , teurhamer , hamer um d’n teur mej inne groond te howwe.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
tuierhamer , teurhamer , hamer um d’n teur mej inne groon te howwe; enne kop wie enne teurhamer: ennen dikke kop.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
tuierhamer , tuurhaemer , hamer om stik in de grond te slaan.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
tuierhamer , tuierhammer , grote houten hamer.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
tuierhamer , tuurhaemer , houten hamer voor in de grond slaan van houten palen. Hie hef ’n kop as ’n tuurhaemer.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
tuierhamer , töörhammer , grote hamer
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
tuierhamer , teuerhaamer , zelfstandig naamwoord , grote, houten hamer (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
tuierhamer , tujerhamer , (mannelijk) , grote hamer om palen voor afrastering de grond in te slaan , Eine kop wie einen tujerhamer höbbe: een zwaar hoofd hebben.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal