elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tutteren

tutteren , tutteren , (zwak werkwoord, intransitief) , Teuteren, treuzelen, beuzelen. Synon. tuttelen. || Tutter nou maar niet langer an dat touw; je krijge ’et toch niet uit de tis. – Evenzo in Ndd. dialecten tütern, tüttern, tuttern, töttern (KOOLMAN 3, 453; SCHAMBACH 237). – Vgl. tutterig en tutterwerkje.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
tutteren , tuttere , zuigen, langzaam drinken
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
tutteren , tuttere , (duim)zuigen
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
tutteren , tuttere , werkwoord , zuigen (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
tutteren , tuttere , tuutere , zwak werkwoord , tuttere - tutterde - getutterd; tuutere - tuuterde - getuuterd , "duimzuigen; WBD III.2.2:22 'tetteren' = gezoogd worden; WBD III.2.2:23 'tutterfles' = zuigfles; ook 'tutfles', 'tutter'; WBD III.2.2:23 'tutter' = speen; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - TUTTEREN, ook TEUTEREN - zuigen (van kleine kinderen); zuipen, overdadig drinken. Bosch tuttere - drinken; zuigen op een fopspeen; duimen; WNT TUTTEREN (I) - 1) zuigen, in 't bijz. van kinderen; 2) (Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - en Ned. Limburg) bep. zuipen; tuutere; steeds korte uu; – Wellicht een frequentatieve onomatopee. Van Delft - ""Hij tutert goed"" beteekent: hij drinkt nogal veel. ('t Schijnt ontleend te zijn aan 'n ""tuter"" of 'n ""tuut"", dat de Tilburgsche benaming voor een fopspeen is. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 117; 5 juni 1929); Van Delft - Een ""tuut"" of ""tuter"" is een fopspeen. Zoo'n fopspeen wordt ook op de zuigflesch gezet, en als de kleine goed drinkt, zegt moeder: ""Hij tutert goed."" In overdrachtelijken zin is men dit ook op volwassenen gaan toepassen, die nogal eens misbruik van sterken drank maken of die regelmatig heel wat borreltjes gebruiken; dan zegt men ook: ""Hij tutert goed."" (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 118; 8 juni 1929); Lopte 's aovends bij 't nor huis gaon Sjarels [=de veldwachter] 'ns tegen 't lijf en ie zee, dè-'t net lekt of ge nog al goed getuterd hed, dan zegde mar, dè ge krek oeë teen stotte tegen 'nen utstekenden kaai en 't is lang vur mekare. (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit ‘t klokhuis van Brabant 4; 2-11-1929); D'r wier goed bij getuuterd dieën aovond... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’n Staandbild in Baozel’; feuilleton in 4 afl. in de NTC 20-5-1939 – 17-6-1939); Pierre van Beek - drinken van een baby; rijkelijk veel alcoholica tot zich nemen; Pierre van Beek - hij tuutert goed - hij (de baby) drinkt goed; Cees Robben – Hij tuutert en hij doe mar aon... (19600226); Cees Robben – vrouw over haar man: Hij tuutert gèère moeder... (19660610); Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - TUTTEREN, ook TEUTEREN - zuigen (kinderen); overdadig drinken, zuipen; WNT kent het woord niet, evenmin als De Jager. C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal - 1978 - TUTEREN onov.ww - zuigen, tutteren, lebberen: op z'nen dö:m tuteren. A.P. de Bont – Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ; zw.ww.intr. 'tuteren' - 1) geringschattende benaming voor het spelen op een of ander instrument; 2) (v. vogeltjes) fluiten, kwinkeleren. Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - TEUTEREN - zuigen van kinderen, ook TUTTEREN; WNT TUTTEREN - 1) zuigen, drinken (v. kind); 2) (Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - N-Limb.: zuipen"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal