elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: uitscharen

uitscharen , uutschaorĕn , (de kousen) uitschoppen, (van kinders gezegd).
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
uitscharen , uutschaore , De koei uutschaore De koeien in de wei doen.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
uitscharen , oetschaoren , zwak werkwoord, overgankelijk , (sa:Rui) = uitschoppen De haozen uutschaoren de kousen uitschoppen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
uitscharen , uitschâre , uitlepelen , Mak de pan uitschâre? Mag ik de pan uitlepelen?
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
uitscharen , oitskaarze , werkwoord , uitschrapen (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
uitscharen , ötschèère , zwak werkwoord , ötschèère - schèèrde èùt - ötgeschèèrd , leegschrapen; Gè meut de pan ötschèère
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal