elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: unster

unster , anster , aenster, enster , unster.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
unster , ünster , (vrouwelijk) , unster.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
unster , onster , onsel, onser, unser, onzer , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Daarnaast onser en onzer, en vroeger ook unser en onsel. Unster. || Geef me de onster es an. 1 Unser, Verkopings-Catal. (O.-Zaandam, a° 1809). Zaanl. Oudhk. 1 Onsel, Hs. invent. papiermolen (a° 1774), verz. Honig. – Vgl. Handv. v. Ench. 233 b (a° 1639): “Mits desen (wordt) het uytwegen met den Onser, stricktelijck verbooden, op de verbeurte van den Onzer, ende vijf-en-twintigh guldens daer-en-boven”. Bij ROEMER VISSCHER, Sinnepoppen 59 vindt men onserwicht, ontser-wicht en een afbeelding van het werktuig. KIL. heeft: “enster, ensser, entster, unster, Fris. J. unsel, statera”. Vgl. verder FRANCK op unster.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
unster , neunstĕr , unster.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
unster , öönster , unster, weegwerktuig
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
unster , onster , zelfstandig naamwoord ’t , Zie unster.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
unster , unster , waeghoak.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
unster , uunster , unster, eunster, aanster, enster, uuster, ulster , het , uunsters , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook unster (Zuidoost-Drenthe, Noord-Drenthe), eunster (Zuidwest-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe), aanster (Zuidwest-Drents zandgebied), enster (wb), uuster (Zuidwest-Drents zandgebied), ulster (Zuidwest-Drents veengebied) = weeginstrument om uit de losse hand te wegen, met schaalverdeling Wij hebt nog een nei uu(n)ster, ...aanster in hoes (Sle), Lompekopers haden altied een uunster (Dwi), We zult het maor even an het unster hangen (Vri), Vroouger wogen ze pasgeboren kinder an een uunster (Bal)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
unster , eunster , euster , zelfstandig naamwoord , et 1. bep. weeginstrument met veer en onderaan een haak; op een wijzerplaat van koper leest men het gewicht af 2. bep. weegtoestel met ongelijke armen, o.m. door de kuiper gebruikt om botervaten te wegen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
unster , hingster , zelfstandig naamwoord , et; langwerpig weeginstrument met haak; met een langwerpige wijzerplaat
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
unster , ulster , uister , zelfstandig naamwoord , ulsters, uisters , ulstertie, uistertie , unster, veerbalans Vroeger wiere de kindere deur de baoker meddun ulster gewooge Vroeger werden de pasgeboren kinderen door de kraamhulp (oudere vrouw) met een veerbalans gewogen Ook uister; ’t Is nied in d’n uister Het is niet precies
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
unster , öster , zelfstandig naamwoord , unster, weegtoestel met trekveer (West-Brabant; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
unster , öster , uster , zelfstandig naamwoord , "unster, weegschaal; Daamen 1916 - ""öster - klein weegwerktuigje dat de boeren wel mede naar de markt nemen; het werkt met een veer""; Pierre van Beek – ""Ze hebben 'm aon den öster gehad!"" Het betekent, dat iemand ""gewogen"" is naar z'n geldelijk bezit, een hebbelijkheid, waarin zich bepaalde klassen uit de bevolking nog al eens schuldig maken. Speciaal wordt het gebruikt in verband met een jongeman, die om de hand van iemands dochter gaat vragen. Een öster noemt men in het beschaafd Nederlands unster. Dat is een enigszins primitief weegapparaat, dat werkt met een veer en waarbij men op een met streepjes verdeelde plaat het gewicht afleest. Het meest kenmerkende van dit weegapparaat is wel zijn gering formaat zodat men het gemakkelijk in de zak kan steken. Veel ziet men het tegenwoordig niet meer gebruikt, doch wij herinneren ons, dat in onze jeugd alle ""toddenkooplui"" er mee waren uitgerust. Zuiver wegen doet het apparaat niet, maar het geeft het gewicht toch zo ""te rauwste"" aan. (Tilburgse taalplastiek 7 Nieuwe Tilburgse Courant – zaterdag 18 maart 1950); Pierre van Beek – Er is aanleiding nog eens terug te komen op hetgeen wij in ons vorige artikel zeiden over ""den öster"". Lowie Van Dorrus Misters is nl. van mening, dat de beschrijving, die wij van een unster gaven, niet die van de echte ouderwetse unster geweest is. Zo'n unster zag er volgens onze geachte opmerker als volgt uit: Hij was een stalen (ook wel houten - Tilb.) lat, die aan een haak kon worden opgehangen en welke lat voorzien was van inkervingen. Een tweede haak diende ter bevestiging van het te wegen voorwerp en dan bevond zich aan het apparaat nog een gewicht (waarschijnlijk een pond), dat over de lat heen en weer bewogen kon worden. De schuifring van het pond had boven aan de onderkant een nokje, dat greep in de inkervingen zodat de ring bij het verschuiven wat gelicht moest worden. Als het pond met het aangehangen voorwerp in evenwicht was en de lat derhalve waterpas hing, kon hierop het gewicht worden afgelezen. Om het pondsgewicht noemde men ""den öster"" ook wel ""punder"". (Tilburgse taalplastiek 8 Nieuwe Tilburgse Courant – zaterdag 25 maart 1950); Pierre van Beek – Als een jongeman het plan had om bij een zeker soort gegoede lui te proberen kennis aan te knopen met de dochter maar zelf geen vermogen bezat, werd hij wel eens gewaarschuwd door zijn vrienden met het gezegde: ""Denk er om, daor hangt den öster of punder aachter de deur."" Bedoeld was dan de voordeur en het betekende, dat hij eerst ""gewogen"" zou worden voor hij gelegenheid kreeg de woning verder binnen te gaan. (Tilburgse taalplastiek 8 Nieuwe Tilburgse Courant – zaterdag 25 maart 1950); Cees Robben – Ge zèèd nie goed aon oewen öster... (19670908); WNT UISTER zie 'unster'. - UNSTER - ons(t)er, ens(t)er, eunster, anster, uister, huiser, oister, uuser, ulster. Van 'ons' (mnl. unce) met -er, al dan niet met epenthetische t. Z. a. Cornelis Verhoeven: UNSTER (öster) m - ponder, balans met ongelijke armen.; uster; Wikipedia - Een unster is een type weegschaal dat op markten verscheen in de 1ste eeuw v. C. Ze bestaat uit twee armen van ongelijke lengte. Aan de kortste arm wordt de te wegen handelswaar gehangen, aan de langste arm hangt een gewicht dat vrij kan bewegen over die arm. Om een groot bereik aan gewichten te meten, kon de unster aan verschillende haakjes opgehangen worden, voor lichte dingen bevond de haak zich relatief ver van het te wegen product, bij zware waren dichterbij. 2012 Meerstensinstituut Boedelbank – Unster - Ook: onser, oncer en ponder. I. Weegtoestel met ongelijke armen, waardoor men met een klein gewicht dat langs de lange arm wordt heen en weer bewogen een grote last kan wegen. (Oirschot 1698: 1 ponder of unster.) Het wegen met de unster geschiedt onnauwkeuriger dan met de balans.; unster; WNT UNSTER, ons(t)er, ens(s)ter, eunster, anster, uister, huiser, oister, uuser, ulster - weegwerktuig met ongelijke armen ... 2012 - uster; Wikipedia - Een unster is een type weegschaal dat op markten verscheen in de 1ste eeuw v. C. Ze bestaat uit twee armen van ongelijke lengte. Aan de kortste arm wordt de te wegen handelswaar gehangen, aan de langste arm hangt een gewicht dat vrij kan bewegen over die arm. Om een groot bereik aan gewichten te meten, kon de unster aan verschillende haakjes opgehangen worden, voor lichte dingen bevond de haak zich relatief ver van het te wegen product, bij zware waren dichterbij. 2012 Meerstensinstituut Boedelbank – Unster - Ook: onser, oncer en ponder. I. Weegtoestel met ongelijke armen, waardoor men met een klein gewicht dat langs de lange arm wordt heen en weer bewogen een grote last kan wegen. (Oirschot 1698: 1 ponder of unster.) Het wegen met de unster geschiedt onnauwkeuriger dan met de balans."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal