elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vaarweg

vaarweg , vorweg , pad (weg)
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
vaarweg , vorweg , zelfstandig naamwoord , karrenspoor, landweg (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
vaarweg , vaarwaeg , (mannelijk) , rijweg voor voertuigen, vaarweg
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal