elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: valies

valies , flîes , groëte tas.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
valies , flies , zak of buidel van uiteenlopend model, meestal echter vrij plat en rechthoekig, vgl. tas; verkleinvorm flieske, sierlijke tas met beugel die men ’s zondags op de overrok draagt.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
valies , velies , valies
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
valies , velies , zelfstandig naamwoord , reistas (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
valies , flie~s , flie~ze , flieske , boodschappentas; handtas; reistas
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal