elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: veger

veger , [stoffer] , veger , "stoffer, ook varken naar de gelijkende gedaante of de borstels; ook heet het soms stofvarken."
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
veger , vegerd , een vrouwspersoon, werkster, die ruw (roeg) werk gauw en goed verricht, die zich flink door iets kan heenwerken. “Zoo’n vrouwspersoon hei je van joen levend nait zain, ’t was ’n vegerd, ’n echte kereltrien.” Oostfriesch fäger, fägerd, eene krachtige vrouw, manwijf, enz., Nedersaksisch feeger. Deensch fag, fäge = snel, ras, gezwind.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
veger , veger , de , vegers , Var. als bij vegen = handveger Het blik lig hier wel, mar waor is het vègertien? (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
veger , vegerd , de , vegerds , (Zuidoost-Drenthe, Veenkoloniën, Kop van Drenthe) = vrouwspersoon die veel en snel ruw werk kan verrichten Het is een vegerd van een vrouw (Ros)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
veger , veger , jonge kerel.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
veger , veger , zelfstandig naamwoord , de 1. iemand die veegt 2. stoffer 3. kunstzwerm verkregen door bijen van de raampjes uit een zwermrijpe bijenkast te vegen 4. akkerwinde, de bloemen van de akkerwinde
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
veger , veeger , bezem, veger, kerel , Ge bént al nen hille veeger gèij. Je bent al een hele kerel.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
veger , veeger , zelfstandig naamwoord , zachte bezem (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
veger , vaeger , (mannelijk) , vaegers , vaegerke , veger
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal