elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: velours

velours , floer , zelfstandig naamwoord , fluweel. Komt van het Frans “velours”. Een floere broek is van ribfluweel gemaakt. Zwaardere werkbroeken noemde men ’n mesjèsterse broek naar de stad Manchester waar die stof oorspronkelijk vervaardigd werd. Ten onrechte sprak men ook van Törkslèère broek. Turks leer is namelijk geiteleer (marokijn).
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
velours , vloers , velours, fluweel.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
velours , floere , ribfluwelen , Un floere broek is'ser iin van dé geribbelde fluuwiile stof, ge wit wél wa'k beduul. Een ribfluwelen broek is er een van een van dat geribde fluwelen stof, je weet wel wat ik bedoel.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
velours , floers , fluweel
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
velours , floers , floer , zelfstandig naamwoord , fluweel (Eindhoven en Kempenland; Tilburg en Midden-Brabant; Den Bosch en Meierij; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
velours , floer , (mannelijk) , fluweel, velours
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
velours , vloer , zelfstandig naamwoord , Velours, de stofnaam; Henk van Rijswijk - Velours: wollen strijkgaren mantelstof of gordijnstof, gevold en geruwd, vaak in inslagsatijn geweven. Het haardek is zo dicht dat het op fluweel lijkt. (Herinneringen aan zijn opleiding aan de Hogere Textielschool - 1 september 1950 tot en met juli 1954) ; J.T. Bonthond, Woordenboek voor de manufacturier (1947) Velours. Weefsel met een pluche-achtig haardek, dat op verschillende manieren kan worden verkregen (ruwen, doorsnijden van poollussen e, d.). a. Staande velours heeft een rechtopstaand fluweelachtig haardek, door ruwen en velouteeren verkregen. b. Streekvelours heeft een in één richting liggend haardek. De apprêtuur is: vollen, ruwen en strijken. Velours wordt voor overjassen, gordijnen en decoratiedoeleinden gebruikt. - 't Olling *) laand leej omgetooverd *) -noot van Sterneberg bij dit woord: geheele/ zoft in zulvervloer *) gestraol. *) -noot van Sterneberg bij dit woord: zilverfluweel... (H.A. Sterneberg s.j., Een Busselke Braobaansch, uit: ‘Maonnaacht’ , 1932)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal