elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verbeelding

verbeelding , verbeeldîngs , inbeelding. Gron. verbeeldîng = zinsbedrog, verwaandheid, inbeelding.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
verbeelding , verbeelden , verbeeln, verbeelns , (verbeelding) = voor waarheid houden op grond van werktuigelijke waarneming, wanneer dit ook zinsbedrog kon zijn; ’k heb mie verbeeld dat ’t dunderde = ik meende het te hooren donderen; ’t is moar verbeeln west = het blijkt dat ik mij vergist heb; ’t bin verbeelns = gij vergist u. Ook = inbeelding, en = waanzin, in de beteekenis van: idee fixe.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
verbeelding , verbeelding , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Zie de wdbb. – In de bet. inbeelding, verwaandheid, ook in het meerv. || Je moete niet zukke verbeeldings hebben (Zoveel verbeelding van je-zelf). – Verbeelding van iets hebben ook er zin in hebben. || Hej-je der nou zo’n verbeelding van? kind, ’et zel je zo teugevallen. – Geen verbeelding van iets hebben, er geen gevoel voor hebben. || Daar lijk ik gien verbeelding van te hewwe.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
verbeelding , verbeelding , ʼt is verbeelding of ʼt bin verbeeldens = ʼt is zinsbedrog; wat ʼn verbeelding! = hoe verwaand!; beide bij v. Dale.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
verbeelding , verbeêlding , zelfstandig naamwoord de , in de zegswijze verbeêlding is erger as de derdedaagse koor(t)s, verbeelding hebben is een zeer lelijke eigenschap. – Erges verbeêlding van hewwe, ergens zin of trek in hebben. | Ik loik wel wat verbeêlding te hewwen van ’n stik mit keis.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
verbeelding , verbeelding , de , verbeeldings , 1. verbeelding, eigendunk Wat een verbeelding het dat meins! (Hijk), Hij hef een koppel verbeeldings (Eex), Niks van ofkomst, maar wel een stok verbeeldings an de konte! (Hgv), Hai het een verbeelding as een kalkounse haon (Zui) 2. inbeelding Ze was aal in de verbeelding dat het zundag was er vast van overtuigd (Emm), In de verbeelding har ze alles al op een rijgien in haar fantasie (Koe) *Verbeelding is nog slimmer as um de daarde dag de koorts gezegd bij ingebeelde ziekte (Sle); Verbeelding as stront en gien hemd um de kont (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verbeelding , [fantasie] , verbilding , fantasie, ge hèt veul verbilding, je hebt veel fantasie.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
verbeelding , verbelige , verbeelding
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
verbeelding , verbelinge , verbeling, verbeelding, verbeeldinge, verbeeldige, , zelfstandig naamwoord , de 1. verbeelding: uitbeelding 2. het zich verbeelden, bijv. in in (de) verbelinge 3. fantasie 4. waan, inbeelding 5. verwaandheid
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verbeelding , verbilding , verbeelding, fantasie
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
verbeelding , verbilding , verbeelding, inbeelding , Wá’n verbilding! Wat een verbeelding! Wat een verwaandheid!
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
verbeelding , verbilding , zelfstandig naamwoord , verwaandheid (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
verbeelding , verbilding , zelfstandig naamwoord , Frans Verbunt (1996) - verwaandheid; GG verwaandheid, inbeelding
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal