elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verdestrueren

verdestrueren , vertesteweren , vernielen.
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
verdestrueren , verdisterwijêrn , vernielen, verwoesten van planten, bloemen, heester- en struikgewas in een’ tuin. Drentsch verdisterweren; Zeeland verdisteleweerd = slecht onderhouden, in Noord-Holland = doorgebracht. West-Vlaamsch verdestruëeren, Fransch detruere, Latijn destruere = verwoesten. (De Bo) Zie: disterwijern.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
verdestrueren , vetàsteweern , werkwoord, zwak , overhoop halen, in de war maken
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
verdestrueren , verdistelewere , werkwoord , vernielen, ondersteboven halen (KRS: Wijk, Lang, Werk, Hout, Scha, LPW, Lop) Synoniem: *verrinnewere . Ook in de Vechtstreek (Van Veen 1989, p. 134) en in Gouda (Lafeber 1967, p 179). Het tweede deel van het woord is een verbastering van het oude woord destrueren (uit het franse détruire ), dat ‘vernielen’ betekent. Het eerste deel ver- komen we opvallend vaak tegen bij woorden die als betekenis ‘vernielen’ hebben, en is wellicht onder invloed van ditzelfde vernielen voor die woorden gaan staan: verdistelewere, *verrampenere, *verrinnewere .
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
verdestrueren , vetestewieren , vernielen, ruïneren.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
verdestrueren , vertesteweren , vertesteweren, vertesteweerd , zie: verinneweren.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
verdestrueren , verdiestreweren , verduusterweren, verdistreweren, verdisseweren, ve , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid). Ook verduusterweren (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid, Kop van Drenthe), verdistreweren (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe), verdisseweren (Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), verdiesewieren (Zuidwest-Drenthe) = ruïneren, overhoop halen Dat bed is hielmaol verdiestreweerd, het liekt wal een hondennust (Sle), Ie meut mij dat gaoren niet verdissewieren in de war brengen (Die), Dat boekien is bij de verhuzing verdissewèerd verdwenen (Dwi), (zelfst.) De inbrekers hebt aordig an het verdiestreweren west (Zwe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verdestrueren , vertesteweren , zie verrinneweren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
verdestrueren , vertestewiern , vernielen. Zie heb mien dât pârk helemaole vertestewierd.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
verdestrueren , verdestrueere , verdisteleweere , werkwoord , verdestrueer, verdestrueerde, verdestrueerd / verdisteleweer, verdisteleweerde, verdisteleweerd , [O, Fra, destruction] vernielen, kapot maken Ook verdisteleweere [Nbl]
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
verdestrueren , verdestruweere , werkwoord , vernielen (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
verdestrueren , verdèstruueere , zwak werkwoord , Frans Verbunt (1996) - snel, schrokkerig eten; Frans Verbunt (1996) - verdèstrueerd - vernield; WNT VERDESTRUEEREN - onherstelbare schade toebrengen; Bosch verdèstruwere – kapot maken
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal