elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verhabbezakken

verhabbezakken , verrabbezakke , 1. iets te doen hebben, 2. regelen van iets wat je dwarszit , 1. nou is kijke wa’k nou nog te verrabbezakke heb = nou eens zien wat ik nu nog te doen heb - 2. mee jou hebbik nog wa te verrabbezakke = met jou heb ik nog een appeltje te schillen
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
verhabbezakken , verrabbezakken , 1. vernielen; 2. verwaarlozen (O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
verhabbezakken , verabzakke , werkwoord , prutsen (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
verhabbezakken , verhabbezakke , afrekenen; verrekenen; nog tegoed hebben; ’k hep mè jou nog wâ te verhabbezakke, hé!
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal