elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verrekt

verrekt , verrekte , voor: vervloekte; verrekte kold, enz.; verrekte kerel, ’n verrekte boudel, zooveel als: beroerde kerel, beroerde boel, enz. Van ’t schimpwoord: verrek.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
verrekt , [uit het verband] , verrükt , Verrekt, (van een lichaamsdeel gezegd). Ook Ned. Bet. O. V. II. p. 112.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
verrekt , verrekte* , (bldz. 573), vergel. ook vergeven * (ibid.); de e achter het bijwoord is zeer eigenaardig: beroerde, ieselke, oakelke kold.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
verrekt , [overstrekt] , verrükt , Verrekt (van een lichaamsdeel gezegd). Ook Ned. Bet. O. V. II, p.112.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
verrekt , verrekte , verbogen bijwoord , Heel erg. | ’t Is verrekte koud.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
verrekt , verrekt , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , zeer, erg, vreselijk Het is overal verrekte secuur op (Bco), Die verrekte jonge was wèer aordig baldaodig (Dwi), Deur de regen is het laand verrekte nat worden (Hijk), Het gung verrekte zwaor (Pei), Ie kunt niet meer boeten zitten um die verrekte neefies vervloekte muggen (Anl), Het is verrekte kold (Vle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verrekt , verrèkkes , heel erg. ’t duu verrèkkes wéé, het doet heel erg pijn.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
verrekt , verrèkt , vervloekt.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
verrekt , verrékkes , gruwelijk , És iet hiil érg is, jao nog veul érger és érg, dan is't paas verrékkes érg. Als iets heel erg is, ja nog veel erger dan erg, dan is het pas gruwelijk erg.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
verrekt , verrekt , vrekt , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1. in hoge mate 2. verwenst, ellendig
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verrekt , verrekkes , verrekkenis , heel erg
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
verrekt , verrèkkes , verrèkt , 1. erg, zeer; 2. verdorie, verrekt. Uitroep van verrassing of ongeduld. , Verrèkkes lâstig. Erg lastig. , ’t Is verrèkt kôj weer. ’t Is ontzettend slecht weer., Verrèkt, gèij hier? Verdorie, jij hier?, Verrèkt, ’t lukt nie! Verrekt, het lukt niet!
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
verrekt , verrèkkes , bijwoord , verrekt (Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland; Tilburg en Midden-Brabant; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
verrekt , [uitroep ] , verrèks , 1. verrek, uitroep 2. verrekt, erg (veel/ groot), zie ook verrèk
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
verrekt , verèkt , bijwoord, bijvoeglijk naamwoord , vervloekt, heel erg; ge mòkt verrèkt veul foute!; WBD verrèkten dêeg - te lang gerezen deeg; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - deelw. bijvoeglijk naamwoord  – verrekt, vervloekt, verwenst
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal