elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verstukken

verstukken , verstukken , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidwest-Drenthe) = verstellen We kreegt de nèeister um de kleren wat te verstukken (Wap), De baander verstökken uitstukken (Pes), (zelfst.) Ik bin niet zo stark in het verstokken, ik legge der een lappe op (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verstukken , verstokken , werkwoord , verstellen, repareren, vaak door aanbrengen van materiaal m.b.t. kleding en ander plat materiaal
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verstukken , verstukke , werkwoord , oplappen, verstellen van kleding (Helmond en Peelland; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal