elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: veulenmerrie

veulenmerrie , voolmerrie , zie: voold.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
veulenmerrie , voolmeer , voolmeere , merrie die een veulen zoogt
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
veulenmerrie , veulemèrrie , dragende merrie.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
veulenmerrie , vulmeer , de , 1. fokmerrie (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, noord, Midden-Drenthe, be:Kop van Drenthe) Een vulmeer is een merrie, die elk jaor een vul krig (Wee) 2. drachtige merrie De vulmere is der an toe (Eli), Aj een vulmère in de flanken griept kan hij barre lastig wurden (Koe), Hij har een balg as een vulmere (Zdw) 3. merrie die een veulen heeft (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, noord, Midden-Drenthe) Een vulmèer is een mèer, woor een vul bij is (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
veulenmerrie , vullenmere , (Kampereiland, Kamperveen) fokmerrie
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
veulenmerrie , vulmeere , fokmerrie.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
veulenmerrie , volemere , voolmere, volemerrie , zelfstandig naamwoord , de; veulenmerrie
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
veulenmerrie , vullemèèr , zelfstandig naamwoord , drachtige merrie (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal