elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vierkantig

vierkantig , veerkantĕch , vierkant.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
vierkantig , vierkantig , bijvoeglijk naamwoord , vierkant. Instinkertje: Hoeveel hoeke hè ’ne vierkantige sirkel?
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
vierkantig , vierkaantig , bijvoeglijk naamwoord , vierkantig
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
vierkantig , vierkaanteg , bijvoeglijk naamwoord , lomp (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
vierkantig , [vierkantig] , veerkentjig , vierkantig , Emes veerkentjig de waorheid zègke.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
vierkantig , vierkaanteg , bijvoeglijk naamwoord , Frans Verbunt (1996) - onverzettelijk; Stond et ze nie aon wèk ammòl zi, dan wier ik vierkaantig opgevat en in zon kiest geflikkerd. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007); Jan Naaijkens - Dès Biks (1992) - vierkantig, bijvoeglijk naamwoord - vierkant
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
vierkantig , virkentig , vierkantig
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal