elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vooreinde

vooreinde , fruir-ende , het begin van een stuk geweven goed, dat doorgaans wat ongelijk en minder effen is, en dus maar weinig waarde heeft.
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
vooreinde , veurèn , veurende , in geschrifte boveneind, en: voorbehuizing = het bewoonbaar gedeelte eener boerderij; ook ter onderscheiding van het overige van het gebouw, dus het huis buiten de schuur of schuren, ook achterèn of achterende geheeten.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
vooreinde , veurende , veurèn’ , het voorste gedeelte van een gebouw, inzonderheid dat eener boerderij, in geschrifte meestal: voorgebouw, of: voorhuis, ook: voorbehuizing. In de Ommelanden heet het middelstuk hals; het achterèn’ (achtereind) bestaat uit schuur met keuken, karnhoes, enz. Zie ook: binhoes.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
vooreinde , vur-end , vurste en âchterste vur-end. Stuk vánt lând dát óp ut lest dwárs t.o.v. de langsvore wuûrt omgebowd.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
vooreinde , veurène , veurèènde , vooreind, voorkant.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
vooreinde , veurèende , het , het zich vooraan bevindend gedeelte Het veurèende van een koe is goedkoper as het achterèende (Zwin), Wij hebt eerappels as een veurende van een klompe (Koe), Het veurèende van dat stuk is brieder as het achterèende (Dal), Zij woont in het veureinde voorste deel van het huis (Hijk)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vooreinde , veurende , veureinde , (Kampen) vooreinde. Ook: veureinde (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
vooreinde , voorèènde , (Kampereiland, Kamperveen) kopakker, deel van de akker waar men de ploeg keert
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
vooreinde , veurende , (zelfstandig naamwoord) , vooreind, voorste deel.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
vooreinde , vooreinde , veureind , vooreindee, voorende, voorend , wendakker, het eind van de akker waar de ploeg gekeerd wordt; veurheug (Velp).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
vooreinde , voorend , vörred, vurres , zelfstandig naamwoord , vooreinde van een akker (West-Brabant); vörred; vooreinde van een akker (Land van Cuijk); vurres; vooreinde van een akker (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
vooreinde , vurènd , zelfstandig naamwoord , WBD keerstrook/ wendakker (strook grond aan het uiteinde van een akker, waar de ploeg; gekeerd wordt), ook genoemd 'vurft', 'tèène', 'rug', 'tèènerug', 'dwarsrug'
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
vooreinde , vur-end , kopakker
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal