elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vreden

vreden , vreeën , afsluiten; ook = slooten opruimen waarmede eene weide afgesloten wordt voor vreemd vee. Staat voor: vrijen = vrij houden.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
vreden , [omheinen] , vréën , (zwak werkwoord) , omheinen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
vreden , vrèèn , afrasteren.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
vreden , vreen , vrèen, vrien, vredigen , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook vrèen (Zuidwest-Drenthe), vrien (Zuidoost-Drents zandgebied), vredigen (Kop van Drenthe) = 1. afrasteren, de afrastering in orde maken Zien pinken loopt geregeld langs de weg, hij mot beter vreen (Hijk), Wij vrèet elektries gebruiken schrikdraad (sa:Rui), (zelfst.) Ik was an het vredigen en dat stiekeldraod scheurde mai deur de moes van de haand (Pei), z. ook rikken 2. sloten opruimen, waardoor een weide wordt afgesloten voor vreemd vee (dva)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vreden , vrejen , vroch(t)en, afvrochten, vruchten, vrachten, vree z , afrasteren.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
vreden , vreeje , werkwoord , afrasteren (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal