elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: waat

waat , waod , zelfstandig naamwoord , scherpe deel van het lemmet, de snede van het mes (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
waat , [snijdende kant van schop] , waat , (vrouwelijk) , snijdende kant van schop, scherpe snede van een zeis
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
waat , waot , waad , zelfstandig naamwoord , scherpe kant, snede van een wapen; WBD (II:2708) 'Waot' - waat, vouw, snede van een beitel; dat deel v. e. lemmet dat scherp is en waarmee gesneden wordt; WBD (III.2.1:148) waad; WNT waat
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal