elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: waden

waden , wadjen , waden, nl. met bloote voeten en opgehaalden broek in ondiep water loopen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
waden  , waaie , waden.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
waden , waaje , waoje , waajde, gewaje , waden, waadde, gewaad; a/ waden b/ grote stappen zetten.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
waden , waden , waoden, waeden, waan, waen , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe). Ook waoden (Noord-Drenthe), waeden (Zuidwest-Drenthe, noord), waan (Zuidwest-Drenthe, zuid, waen (Zuidwest-Drenthe, noord) = waden De koenen waadt deur de sloot (Oos), Wa der mor deur (Man), Deur de wieke waan (Zdw), Het water was zo diep, wij kunden er net deur waden (Zwe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
waden , waojen , waden. (waoide, gewaoijen).
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
waden , wadderen , wadden, wodderen , werkwoord , 1. waden 2. zitten plassen, spetteren in het water of op soortgelijke manier bezig zijn
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
waden , waeden , waederen , werkwoord , waden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
waden , woaje , waden, door water lopen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
waden , wèèje , werkwoord , waden (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
waden , waje , waatj, waadje, gewaadj , 1. waden 2. onrustig heen en weer lopen , Mètte stevele door de bieëk waje.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal