elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: watergal

watergal , watergal , watergeil, woatergal, woatergeil , wilde spurrie. v. Hall: watergeil, in Groningen, Drente, Overijsel, de wilde Spurrie, Spergula Arvensis. Neerl. Plantensch. bl. 32.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
watergal , watergeil , het , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, wm) = watergal, Spergula arvensis Het watergeil en sparre is haoste gien verschil in (Zdw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
watergal , waetergalle , zelfstandig naamwoord , de; regenboog
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
watergal , wattergal , zelfstandig naamwoord , maagzuur (Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal